/**/

wwwvictorycsnl

You are here: Bedrijf en visie arrow Jurisprudentie
  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
Jurisprudentie verkeersongevallen

Waterschap Zeeuwse Eilanden / Royal Ned                        HR 26-09-2003

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders (wegbeheerders) 6:162

Zware vrachtwagen gekanteld op een stuk weg die niet geschikt was voor zwaar transport. Ten tijde van het ongeval waren er geen waarschuwingsborden en was de weg open voor alle verkeer. Waterschap schadeplichtig met name vanwege het ontbreken van de waarschuwing. Wanneer de omstandigheden meebrengen dat het kenbaar moest zijn voor iedere bestuurder dat de weg hoogstwaarschijnlijk ongeschikt was voor zwaar transport zou het oordeel anders zijn.


 St. Willibrord / V                                                                    HR 2 maart 2001

Bij overtreding van een verkeers- of veiligheidsnorm wordt vermoed dat de schade veroorzaakt is door die schending. Het vereiste causaal verband is dan in beginsel gegeven. Omkering bewijslast.

 


Van Tongeren / Van Tol                                                        HR 29-12-1995

Onrechtmatige daad en toerekening obv schuld 6:162

Van Tongeren slaat zonder richting aan te geven in een keer rechtsaf op de fiets. De fietser achter haar raakt haar achterwiel en breekt haar heup. Van Tongeren had zich eerst ervan moeten vergewissen dat ze de plotselinge manoeuvre kon maken zonder medeverkeersdeelnemers in gevaar te brengen (van tevoren duidelijk richting aangeven en voorsorteren). Nu ze dit niet had gedaan heeft zij schuld aan het ongeval en is ze ex 6:162 aansprakelijk voor de schade.


Sikes / Anja Kellenaers                                                        24-12-1993

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Niet de 100 %-regel maar de 50 %-regel geldt ook voor kind van 14 jaar en 8 maanden die zich qua ontwikkeling niet wezenlijk onderscheid van kinderen van beneden de 14 jaar. Dit feit kan echter wel een rol spelen bij de billijkheidscorrectie voor de bepaling van die andere 50 %.


IZA / Vrerink                                                                         HR 28-02-1992

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Dit arrest gaat over de 50 % regel en het feit dat de 100 % regel die geldt ten aanzien van ongevallen bij kinderen beneden de 14 jaar niet analoog wordt toegepast op bejaarden (overstekende bejaarde). “Wanneer de eigenaar van het motorrijtuig in beginsel aansprakelijk is omdat er geen sprake is van overmacht, doch er wel een fout van een fietser of voetganger is, zonder dat eventueel sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid, eist de billijkheid dat t.a.v. de verdeling van deze schade over de betrokkenen ten minste 50 % van ten laste van het motorijtuig wordt gebracht wegens de verwezenlijking van het daaraan verbonden gevaar. Dit betekent aansprakelijkheid voor minimaal 50 % van de schade. Voor de overige 50 % moet worden gekeken in hoeverre de gedragingen van het slachtoffer  aan de schade hebben bijgedragen.

In dit arrest komt ook een overweging aan de orde voor een betalende derde (regresnemer). Het komt erop neer dat dan de 50% c.q 100% regel niet van toepassing is maar dat puur op basis van 6:101 gekeken wordt naar de schuldverdeling. Dat betekent kijken naar toerekening van fouten en daarna de billijkheidstoets.


ABP / Winterthur                                                                  HR 22-05-1992

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Voetganger loopt op een fietspad rechtdoor. Nadat een bromfietser heel dicht is genaderd maakt zij een onverwachte beweging naar links waarop de bromfietser haar aanrijdt en zij dientengevolge overlijdt. Uitkeringsinstelling ABP probeert ogv artikel 185 (toen 31) WVW de schade te verhalen op de verzekeraar van de bromfietser. Bromfiets was opgevoerd etc. Bromfietser beroept zich op overmacht.

HR: Het beroep van de eigenaar op overmacht gaat slechts op als hij aannemelijk maakt dat aan de bestuurder van het motorrijtuig ter zake van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt (strenge eis). Fouten van andere weggebruikers zijn hiervoor enkel van belang indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zo onwaarschijnlijk waren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Wanneer het slachtoffer tegenover een beroep op overmacht gemotiveerd stelt dat er een gebrek kleefde aan het voertuig dan wel dat het voertuig te hard gereden heeft dient de eigenaar van het voertuig aannemelijk te maken hetzij dat er geen gebreken waren of te snel is gereden hetzij dat de aanrijding ook zou hebben plaatsgevonden indien dit wel het geval was. Dit laatste was door het hof niet in haar arrest behandeld (verwijzing). De HR zegt wel dat een bromfietser die een op een fietspad vooruitlopende voetganger passeert in zijn algemeenheid redelijkerwijs geen rekening behoeft te houden met een plotseling naar links begevende voetganger en geeft hiermee aan dat de bromfietser zich in casu in beginsel op overmacht kan beroepen.


Bussluis (Diemen / Reptax)                                                 HR 20-03-1992

Wegbeheerder aansprakelijkheid en eigen schuld 6:174 / 6:101

Gemeente Diemen had een zogenaamde bussluis gemaakt door een gat in de weg te maken waar bussen met hun brede wielbasis wel overheen konden rijden maar personenauto’s niet. De gemeente had een bord neergezet ter waarschuwing van deze situatie. Een taxibedrijf Rep-tax liep schade op door deze bussluis.

De HR oordeelde dat er inderdaad een gevaarscheppende situatie was geschapen waarvoor in feite niet voldoende is gewaarschuwd (het bord is niet afdoende) door de gemeente die aan haar kan worden toegerekend. Echter, het feit dat de taxirijder een verkeersovertreding heeft begaan (negeren van bord) levert op dat een beroep op eigen schuld slaagt.

Algemeen over aansprakelijkheid wegbeheerders: De wegbeheerder dient ervoor te zorgen dat de weg op zodanige wijze wordt ingericht en onderhouden dat hij geen gevaar oplevert voor weggebruikers. Tegen bestaande gevaren dient hij adequaat te waarschuwen. De wegbeheerder moet er rekening mee houden dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid in acht nemen.


De Backer / Marbeth van Uitregt                                         HR 31-05-1991

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht bij aanrijding jong kind?) 185 WVW

Kind (10) rijdt per fiets zonder te kijken de weg op en begaat hiermee een ernstige verkeersovertreding. Een automobilist die 65 reed op een 80 km-weg en het kind met geen mogelijkheid had kunnen zien rijdt het kind aan.

Voor een succesvol beroep op overmacht ten aanzien van een ongeval bij kinderen beneden de 14 jaar is nodig dat het kind opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid is te wijten (i.c. niet het geval). Het gaat er dus niet om of de bestuurder rechtens een verwijt kan worden gemaakt, maar om risicoaansprakelijkheid die enkel wordt weggenomen wanneer sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind. 


Ingrid Kolkman                                                                     HR 01-06-1990

Eigen schuld (6:101) van een voetganger/fietser onder 14 jaar vermindert de schadevergoedingsplicht van de automobilist uitsluitend in geval opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind.


Breuer / Gutman                                                                   HR 5-10-1979

Schuld dubbelzinnige betekenis 6:162 lid 3

Vrachtwagen slaat linksaf terwijl zicht door mist maar 75 meter is. Volgens art 19 RVV moet de bestuurder zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden en volgens art 18 RVV is de bestuurder die linksaf slaat verplicht het tegemoetkomende verkeer niet te hinderen. De HR oordeelde dat de vrachtwagenbestuurder geen schuld trof omdat de 75 meter zicht met zich mee bracht dat tegemoetkomend verkeer voldoende tijd had om tijdig te stoppen of andere maatregelen te nemen ter voorkoming van een ongeluk.

 
Jurisprudentie bedrijfsongevallen en beroepsziekten

KLM NV / De Kuijer                                                               HR 18-03-2005

Goed werkgeversschap 7:611

Piloot heeft lange wachttijd vanwege de dienstregeling van KLM waar hij werkt. Hij moet rusten tussen de diensten en neemt hiervoor een taxi naar een hotel. De taxi veroorzaakt een aanrijding waardoor de piloot schade lijdt. Het gegeven dat de piloot de wachttijden volledig zelfstandig kan invullen neemt niet weg dat er zodanige samenhang bestaat tussen de wachttijden en de door de piloot voor KLM verrichte werkzaamheden dat ook gedurende de wachttijden het goed werkgeverschap uit artikel 7:611 van toepassing was.


De Bont / Oudenallen Betonbouw                                        HR 9-8-2002

Werkgever aansprakelijk gebruik privé-auto tbv werkzaamheden thans 7:658

Artikel 7:658 ziet op “kwesties in de uitoefening van zijn werkzaamheden”. Dus gewoon woon-werkverkeer valt hier niet onder. In casu ging het om de ritten naar een specifiek project waarvoor de werknemer extra vergoedingen kreeg (reisuren, meerijdersvergoeding, autokostenvergoeding). Het vervoer moest worden gekwalificeerd als vervoer dat op één lijn staat met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst en in het kader van de werkgever uit te voeren werkzaamheden. Het is nu enkel nog de vraag of een deel van de vergoeding was bedoeld voor het afsluiten van de juiste verzekeringen en in hoeverre dit kenbaar was of had behoren te zijn voor de werknemer.


De Schelde /Erven Cijsouw                                                   HR 2-10-1998

Werkgever aansprakelijk in asbestzaak thans 7:658

Bij de beoordeling van de vraag of de werkgever in strijd met art. 7a:1638x, thans art. 7:658 BW, heeft gehandeld gaat het erom of de werkgever de nodige veiligheidsvoorzieningen heeft getroffen met het oog op de met asbest verbonden gevaren die hem bekend waren of behoorden te zijn. Dat in die tijd het werken met asbest gebruikelijk en maatschappelijk aanvaard was en dat in vergelijkbare bedrijven op dezelfde wijze met asbest omgegaan werd alsmede het feit dat het gebruik van asbest in sommige situaties door de overheid werd voorgeschreven doet aan het voorgaande niet af. (De Schelde is aansprakelijk).


Renteneurose                                                                        HR 08-02-1985

Naarmate grotere schuld is ruime toerekening gerechtvaardigd

Agent van de Antillen (Gibbs) sloeg zonder reden met een wapenstok op Henderson. Werkgever van Gibbs werd aansprakelijk gesteld. Henderson stelt dat hij nog dagelijks nadeel ondervindt van de stokslagen (letselschade). Werkgever Gibbs stelt zich op het standpunt dat het herstel veel langer duurt dan normaal gesproken het geval is en dat het Henderson aan renteneurose lijdt (dwangmatig gedrag om vergoeding te krijgen). HR: dat een herstel langer duurt, ook al is dat wellicht door renteneurose, doet niets af aan de aansprakelijkheid van werkgever Gibbs. Dit is slechts anders indien gesteld en bewezen zou worden dat Henderson het genezingsproces bewust frustreert.


Nefalit Karamus

Aansprakelijkheid werkgever bij blootstelling aan asbest 7:658. Kans asbesthose voor % toewijzing schade

De longkanker kon zijn oorzaak hebben in de blootstelling aan asbest maar het kon ook aan bijvoorbeeld het rookgedrag of een andere factor hebben gelegen. Een deskundige moest vaststellen wat de kans is dat door de blootstelling aan asbest de kanker is ontstaan waarna vervolgens de schade werd toegewezen minus het percentage dat voor eigen rekening van de eiser kwam. Deze regel wordt afgerond naar boven als de kans heel groot is en naar beneden als de kans heel klein is (dus volledige of geen vergoeding) als het tussenin zit geldt hetgeen hiervoor staat.

 
Jurisprudentie medische fout

Wrongful birth-arrest (niet te verwarren met het Wrongful life-arrest)           HR 1999

Reikwijdte schade die voor vergoeding in aanmerking komt 6:96 6:98
Een gynaecoloog vergeet tijdens een operatie het spiraaltje van de patiënt terug te plaatsen. Als gevolg daarvan raakt ze na onveilige gemeenschap met haar partner zwanger en krijgt een derde kind, terwijl ze dat juist niet wilde. Kosten voor verzorging en opvoeding van het kind worden door de Hoge Raad in dit arrest aangemerkt als vermogensschade die de betreffende arts kan worden toegerekend. Smartengeld wordt niet toegekend.

Baby Kelly (Wrongful life)                                                     HR 18-03-2005

juridisch kader:

-zorgplicht artsen (ook t.a.v, ongeborenen)?

-wat is de basis van de vordering van het gehandicapt ter wereld gekomen kind (‘wrongful life’)

-begroting van de schade (6:97) omvang van de schade

-het nalaten van noodzakelijk prenataal onderzoek kan zowel jegens de moeder als jegens het –gehandicapt ter wereld gekomen- kind onrechtmatig zijn. 

De behandelaar is ex 7:453 BW, primair jegens de zwangere vrouw bestaande zorgplicht ook jegens het nog ongeboren kind ertoe gehouden de in de gegeven omstandigheden vereiste prenatale diagnostiek te (doen) verrichten en zonodig een klinisch geneticus te consulteren. De vrouw dient immers in staat te worden gesteld een goed geïnformeerde keuze te maken t.a.v. de vraag mede met het oog op de belangen van haar nog ongeboren kind voortzetting of afbreking van de zwangerschap wenst. Als de behandelaar in de nakoming van deze verplichting jegens de vrouw tekortschiet, handelt hij tevens ism hetgeen hem jegens de ongeborene  vlg. ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Is in rechte de vergelijking mogelijk tussen de situatie met en zonder fout, m.a.w. vergelijking tussen wel bestaan en niet bestaan?

De HR overweegt dat het op zichzelf juist is dat de omvang  van de schade die Kelly lijdt niet nauwkeurig kan worden vastgesteld. Aan het niet- bestaan kan geen bepaalde waarde worden toegekend. Een vermogensrechtelijke vergelijking tussen niet en wel bestaan is niet mogelijk.

Wel brengt, aldus de HR, de regel uit 6:97 (begroting schade op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is) met zich mee alle kosten die worden gemaakt voor opvoeding en verzorging en alle kosten ter bestrijding van haar handicaps in het geheel voor vergoeding in aanmerking komen.


 
Jurisprudentie smartengeld

Druijff-Bouw                                                                          HR 17-11-2001

Immateriële schadevergoeding (hoogte)

Bij de begroting van de schade moet met alle omstandigheden rekening worden gehouden, in het bijzonder de aard en ernst van het letsel en de gevolgen daarvan en de toegewezen bedragen door rechter in het land. Uitspraken van rechters in het buitenland kunnen op zichzelf niet beslissend zijn.

 
Jurisprudentie productenaansprakelijkheid

DES-dochters    HR 09-10-1992, NJ 1994-535   

Alternatieve causaliteit (6:99), hoofdelijke aansprakelijkheid, producentenaansprakelijkheid

In beginsel is iedere producent van DES aansprakelijk voor de gehele markt. In beginsel kan worden volstaan met het dagvaarden van één producent.

 
Jurisprudentie shockschade

Taxibus (shock-schade)                                                         HR 22-02-2002

Relativiteitseis 6:162 / 6:163 / 6:106 lid 1 onder b

Moeder wordt geconfronteerd met de ernstige gevolgen van een verkeersongeval waarbij haar 5-jarige dochter op schokkende wijze om het leven komt.

Indien iemand door overtreding van een veiligheids- of verkeersnorm een ernstig ongeval veroorzaakt, handelt hij in een geval als hier benoemd niet alleen onrechtmatig jegens degene die dientengevolge is gedood of gekwetst, maar ook jegens degene bij wie door het waarnemen van het ongeval of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevig emotionele schokt teweeg wordt gebracht waaruit geestelijk letsel voortvloeit hetgeen zich met name zou kunnen voordoen indien iemand tot de aldus getroffene in een nauwe affectieve relatie staat bij het ongeval gedood of gewond. De daardoor onstane immateriële schade komt op grond van 6:106 lid 1, aanhef en onder b BW voor vergoeding in aanmerking. Daarvoor is dan wel vereist dat het bestaan van geestelijk letsel in rechte kan worden vastgesteld hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

 
Jurisprudentie dieraansprakelijkheid


Besmet varken (Bardoel / Swinkels)                                   HR 24-02-1984

Aansprakelijkheid voor dieren en de tenzij-regel 6:179

Varkens van Swinkel zijn ontsnapt en een daarvan heeft zich op het terrein van Bardoel begeven. Het varken van Swinkel besmette andere dieren met een ziekte. De aansprakelijkheid voor dieren gaat over een eigen gedraging van het dier (eigen energie van het dier en het onbrekenbare element dat in die energie ligt opgesloten) Volgens de Hoge Raad brengt dit mee dat het enkel overbrengen van een besmettelijke ziekte niet hieronder valt. Rest de vraag of het binnentreden van het terrein van Bardoel een onrechtmatige daad zou opleveren als Swinkels hiervan had geweten zonder op de hoogte te zijn van de besmettelijke ziekte die het varken had (invulling van de tenzij-regel naar huidig recht). Het antwoord is ontkennend zodat geen sprake is van aansprakelijkheid. Slechts als Swinkels op de hoogte was van de besmetting of op de hoogte had behoren te zijn kan aansprakelijkheid worden aangenomen omdat de tenzij-regel dan een andere uitkomst heeft.

 
Arresten onrechtmatige daad

Zeilongeval                                                                            HR 23-02-2007

Relativiteitseis 6:162 / 6:163

De Groot eist schadevergoeding van een studentenvereniging die een zeilweekend had georganiseerd. De schade was veroorzaakt door het ontploffen van een gasfles op een motorboot waardoor brand ontstond. De vereniging wordt gebrek aan toezicht verweten. De Groot zat zelf in de commissie en was mede-organisator van het zeilweekend en had zelf ook onvoldoende toezicht uitgeoefend. De geschonden norm kan niet leiden tot bescherming van de Groot nu hij zelf zich ook niet conform die norm heeft gedragen.


Jetblast                                                                                  HR 28-05-2004

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders 6:162

Vanachter een afscheiding kijkt een vrouw naar een vertrekkend vliegtuig. Bij het vertrek ontstaat een jetblast waardoor de vrouw tegen de rotsen wordt aangeblazen. Het vliegveld had een bordje geplaatst met een waarschuwing voor jetblasts. Rechtsvraag: is dit i.c. afdoende om aan aansprakelijkheid te ontkomen.

Een waarschuwingsbordje is enkel afdoende wanneer te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden. i.c. niet het geval.


Turbo Polyp                                                                           RB 10-09-2003

Gevaarzetting 6:162

Meisje vliegt uit een ronddraaiende kermisattractie. De exploitant had een betere beveiliging moeten treffen ten aanzien van de veiligheidsbeugel 


Trombose (medisch protocol Leeuwarden)                         HR 2-3-2001

Aansprakelijkheid beroepsbeoefenaar / omkering bewijslast 6:162

Na knieoperatie geen stollingsmiddel toegediend wat volgens protocollen verplicht was.

Nu geen reden was gegeven waarom er van het protocol is afgeweken staat onrechtmatigheid in beginsel vast. De patiënt mag er aanspraak op maken dat het protocol wordt nageleefd tenzij er goede redenen zijn om daarvan af te wijken. “Vergeten” is geen goede reden. Hierdoor kunnen alle overige grieven (zoals meningsverschil over de effectiviteit van de antistollingsbehandeling) buiten beschouwing blijven.


Veenbroei (Staat / Daalder)                                                HR 27-05-1988

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders 6:162

Het 5 jarige zoontje van Daalder betrad schorren waar zich Veenbroei bevond. Door hier met een voet in te gaan staan liep hij verbranding op en eiste Vader Daalder met succes schadevergoeding ogv onrechtmatige daad van de Staat.

Wie de zorg voor een voor het publiek toegankelijk terrein heeft, heeft een waarschuwingsplicht tegenover het publiek, indien zich op het terrein een niet waarneembaar en voor het publiek onbekend gevaar voordoet dat de zorgdrager kent.

Vermeulen / Lekkerkerker                                                   HR 10-03-1972

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een scheepswerf dempte een plas met stadsvuilnis. Dit trok veel vogels aan die in de nabijgelegen boomgaard van Lekkerkerker veel schade aanrichtten. Het hof beoordeelde dit als onrechtmatig, ook al had Vermeulen een vergunning. In beginsel handel je niet onrechtmatig wanneer je je aan je vergunning houdt waarin die belangen zijn afgewogen of afgewogen hadden behoren te zijn maar dit hoeft niet altijd.


Bijenspat (Luykx – Bastiaansen)                                         HR 18-09-1998

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een bijenhouder veroorzaakt overlast doordat zijn bijen hun ontlasting op de kassen van de klager doen. Dit kost arbeidsintensief schoonmaken en anders een bepaald lichtverlies waardoor productie afneemt.

Of een bepaalde hinder als onrechtmatige daad moet worden aangemerkt hangt af van

De aard van de hinder,

de ernst van de hinder,

de duur van de hinder,

of er voldoende maatregelen genomen zijn om de hinder te beperken

en de door de hinder veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval.

Ook het gegeven wie er het eerst was is van belang.

Een en ander vloeit voort uit het arrest Aalscholvers


Dorpshuis Kamerik                                                                HR 8-1-1982

Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamd 6:162

Werkster zet in overleg met de beheerder een emmer met onbekende vloeistof in een doos met daarover een zak bij de vuilnis. De vuilnisman krijgt de vloeistof in zijn oog met als gevolg blindheid. Een en ander wordt als onzorgvuldig beschouwd door de HR.


Vermeulen / Lekkerkerker                                                   HR 10-03-1972

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een scheepswerf dempte een plas met stadsvuilnis. Dit trok veel vogels aan die in de nabijgelegen boomgaard van Lekkerkerker veel schade aanrichtten. Het hof beoordeelde dit als onrechtmatig, ook al had Vermeulen een vergunning. In beginsel handel je niet onrechtmatig wanneer je je aan je vergunning houdt waarin die belangen zijn afgewogen of afgewogen hadden behoren te zijn maar dit hoeft niet altijd


Kelderluik                                                                              HR 5-11-1965

Gevaarzetting: De in acht te nemen zorgplicht is afhankelijk van (kelderluikfactoren) 6:162

1.               Aard en omvang van de gevreesde schade

2.               De waarschijnlijkheid dat deze schade zich als gevolg van bepaalde gedrag zal voordoen

3.               De aard van de gedraging

4.               De bezwaarlijkheid voor het nemen van (voorzorgs)maatregelen in termen van kosten, tijd en moeite


Boogaard / Vesta                                                                  HR 9-12-1955

Samenloop wanprestatie en Onrechtmatige daad 6:74 6:162

Indien de gedraging onafhankelijk van de schending van de uit de overeenkomst voorvloeiende verbintenis een onrechtmatige daad oplevert (bijvoorbeeld zaaksbeschadiging) kan op basis van beide rechtsgrondslagen schadevergoeding worden gevorderd.


Lindenbaum / Cohen                                                            HR 31-01-1919

Verruiming onrechtmatigheidscriteria 6:162

Bedrijfsspionage: het hof toetst enkel aan de eerste twee criteria. De HR gaat verder. Door dit arrest is het derde criteria ontstaan: “in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt”

 

 
Arresten sport- en spel ongevallen

Skeelerongeval                                                                     HR 25-11-2005

Zorgplicht skeelervereniging art. 6:162 BW 

Skeelercursiste komt ongelukkig ten val op haar hoofd als gevolg waarvan zij overlijdt. De cursusleider en de organisatie hadden minimaal de onervaren cursisten indringend moeten adviseren over beschermingsmaatregelen. De cursusleider heeft enkel een vrijblijvende mededeling gedaan dat ze eventueel helmen konden pakken en hij heeft er zelf ook geen gedragen (voorbeeldfunctie). Dit was te weinig om aan de zorgplicht te voldoen.


Disloquerende turnster                                                         HR 6-10-1995

Zorgplicht turnvereniging art. 6:162 BW 

Turnster valt uit ringen en loopt ernstig letsel op. Door de vereniging en de turnleidster zijn geen afdoende veiligheidsmaatregelen getroffen.

Omdat de vereniging tekortschiet in haar zorgplicht, is zij aansprakelijk voor de schade van het letsel dat de turnster heeft opgelopen mede doordat niet afdoende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Het beroep op de sport- en spelsituatie faalt hier omdat het hier niet gaat om twee sporters versus elkander maar om de vereniging versus een sporter. Aan de vereniging worden hoge eisen gesteld ten aanzien van de zorgplicht.


Natraparrest (Dekker / Van der Heide)                               HR 28-09-1991

Sport- en spelsituatie minder snel onrechtmatige daad, grove overtreding in de zin van art. 6:162 BW 

In sport- en spelsituaties is sprake van een zekere risicoaanvaarding. Een overschrijding van de spelregels levert ook niet per definitie een onrechtmatige daad op. Een grove overtreding zoals in casu kan aanleiding geven om een onrechtmatige daad aan te nemen.

Risicoaanvaarding levert op zichzelf GEEN rechtvaardigingsgrond op maar gaat op in de vraag of er enerzijds een onrechtmatige gedraging heeft plaatsgevonden (vestiging van onrechtmatige daad) en anderzijds in hoeverre er sprake is van eigen schuld (omvang aansprakelijkheid)


Tennisspel                                                                             HR 19-10-1990

Sport- en spelsituatie minder snel onrechtmatige daad in de zin van art. 6:162 BW 

Nadat het spel was afgelopen wordt nog een bal geslagen die op het oog van de medespeler terecht komt die ernstig letsel oploopt. Geen onrechtmatige daad omdat je in sport- en spelsituaties met dit soort dingen rekening moet houden, ook vlak na het spel. De strengere criteria voor onrechtmatige daad bij sport en spel gelden ook voor spelers die toekijken.

 

 

 

 
Ongelukkige samenloop van omstandigheden

Jansen / Jansen                                                                    HR 12-05-2000

Zorgvuldigheidsnorm: OD of ongelukkige samenloop van omstandigheden? art. 6:162 BW

Zusje Wendy helpt Monique met verhuizen. Bij het verhuizen van een kast draait Wendy een kast zodanig dat ze haar evenwicht verliest en de kast uit haar handen glipt. In een laatste redpoging geeft ze de kast een duw waardoor Monique ernstig letsel oploopt (onderarm moet worden geamputeerd)

De enkele mogelijkheid van een ongeval als verwezenlijking van een gevaar dat aan een bepaald gedrag inherent is doet dat gedrag niet reeds onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.

De mate van waarschijnlijkheid dat er een ongeval zou ontstaan bepaalt of iemand zich al dan niet moeten onthouden van een bepaald gedrag. In Zwiepende tak en Jansen / Jansen was dit dermate onwaarschijnlijk dat naar maatstaven van zorgvuldigheid de dader zich niet van dat (normale) gedrag diende te onthouden. Derhalve geen sprake van onrechtmatige daad.


Zwiepende tak (Werink / Hudepohl)                                    HR 9-12-1994

Zorgvuldigheidsnorm: OD of toevallige samenloop van omstandigheden? art. 6:162 BW 

Werink schopt lopende door het bos achteloos tegen een tak die daarna ongelukkig in het oog van Hudepohl komt waardoor Hudepohl het gezichtsvermogen van dat oog kwijtraakt.

De enkele mogelijkheid van een ongeval als verwezenlijking van een gevaar dat aan een bepaald gedrag inherent is doet dat gedrag niet reeds onrechtmatig zijn. Zodanig gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de dader zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden.


Bushalte                                                                                  HR 11 december 1987

Zorgvuldigheidsnorm: OD of ongelukkige samenloop van omstandigheden? art. 6:162 BW

Bij het achteruitstappen bij een bushalte komt mevrouw Bey in aanraking met mevrouw Guyt. Deze laatste verliest haar evenwicht en breekt haar heup. Het achteruitstappen zonder eerst achterom te kijken levert niet een dusdanig risico op dat mevrouw Bey zich van dit gedrag had moeten onthouden. Derhalve geen OD maar toevallige samenloop van omstandigheden.