www.victorycs.nl


  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size

LJN: BB9231,Sector kanton Rechtbank Arnhem , 448086 CV Expl. 06-3411 Print uitspraak 
 
Datum uitspraak: 30-11-2007
Datum publicatie: 03-12-2007
Rechtsgebied: Civiel overig
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Arbeidsongeval; letselschade; schadevordering voor zover betrekking hebbend op buitengerechtelijke kosten door gelaedeerde gecedeerd aan gemachtigde. Vordering van gemachtigde niet toewijsbaar voor zover zij het bedrag dat aan gelaedeerde tegen finale kwijting is gefactureerd, te boven gaat
 
 
 
 
Uitspraak
 
Vonnis


RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens  448086 \ CV EXPL 06-3411 \ 282fh
uitspraak van  30 november 2007

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Witlox Juristen Sinds 1915 B.V.
gevestigd te 's-Hertogenbosch
eisende partij
gemachtigde mr. R.J.J.M. Witlox

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Smit Transformatoren B.V.
gevestigd te Nijmegen
gedaagde partij
gemachtigde mr. M.A. Smits

Partijen worden ook hierna weer Witlox B.V. en Smit genoemd.


De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het griffie-exemplaar van het incidentele vonnis van 5 januari 2007 en de daarin genoemde gedingstukken;
-  het griffie-exemplaar van de beschikking van de kantonrechter van 5 januari 2007 en de daarin genoemde gedingstukken;
-  de akte houdende overlegging producties, tevens houdende vermindering van eis, van Witlox B.V., met producties;
-  de conclusie van antwoord met producties;
-  de conclusie van repliek met producties;
-  de conclusie van dupliek.

1.  De feiten

1.1.  Op 5 oktober 1999 is [de heer X], wonende te [woonplaats] (verder te noemen: [de heer X]) en op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaam voor Smit, een arbeidsongeval overkomen. [de heer X] heeft daarbij ernstig handletsel opgelopen.

1.2.  De [Rechtsbijstandverzekeraar Y] te [plaatsnaam] (verder: [Rechtsbijstandverzekeraar Y]), de rechtsbijstandverzekeraar van [de heer X], heeft bij brief van 31 mei 2000 Smit aansprakelijk gesteld voor de schade van [de heer X] die het gevolg is van het letsel.

1.3.   Smit heeft door tussenkomst van haar gemachtigde bij brief van 19 juli 2000 aan [Rechtsbijstandverzekeraar Y] nadere informatie gevraagd over de toedracht van het arbeidsongeval en over de omvang van de schade. De gemachtigde schrijft onder meer:

  “Formeel dien ik een voorbehoud te maken met betrekking tot de erkenning van de aansprakelijkheid, totdat ik meer toedrachtgegevens heb ontvangen.

Aangezien ik mij ervan bewust ben dat naar alle waarschijnlijkheid, gelet op de door u verstrekte toedracht, de aansprakelijkheid erkend dient te worden, verzoek ik u thans al inzicht te geven in de schadecomponenten.”

1.4.  [Rechtsbijstandverzekeraar Y] antwoordt bij brief van 21 juli 2000, voor zover hier van belang:

  “Aansprakelijkheid
U geeft aan dat u zo spoedig mogelijk een standpunt in zult nemen. Ik stuur u graag ter beoordeling het rapport dat de Arbeidsinspectie opmaakte van het voorval. De toedracht en daarmee aansprakelijkheid volgen hier mijns inziens duidelijk uit.

(…)

Ongevallenverzekering
U cliënt sloot voor haar werknemers een ongevallenverzekering af bij [naam firma]. [naam firma] regelt de schadeafwikkeling. Zij wachten een eindtoestand af. De verzekerde bedragen zijn mij niet bekend. Cliënt heeft zelf geen verzekeringen afgesloten.”

1.5.  De gemachtigde van Smit schrijft op 21 augustus 2000 aan [Rechtsbijstandverzekeraar Y] onder meer:

  “In goede orde ontving ik uw brief d.d. 21 juli 2000 en de daarbij behorende bijlagen.

Gelet op die stukken neem ik aan dat op grond van artikel 6:170 en/of 171 BW de aansprakelijkheid erkend dient te worden. Bij deze.

(…)

Het komt mij voor dat te zijner tijd het percentage blijvend invaliditeit bepaald dient te worden op kosten van de ongevallenverzekeraar en dat we een dergelijke expertise tevens kunnen gebruiken voor de afwikkeling van deze zaak.”

1.6.  [Rechtsbijstandverzekeraar Y] heeft de gemachtigde van Smit bij brief van 30 augustus 2000 verzocht om een voorschot ad € 2.000,- op de schade-uitkering.

1.7.  [de heer X] heeft zich bij brief van 31 januari 2002 tot [Rechtsbijstandverzekeraar Y] gewend. Hij spreekt zijn teleurstelling uit over het uitblijven van informatie over de voortgang van de schadezaak, en vraagt kopie van zijn dossier.

1.8.  [Rechtsbijstandverzekeraar Y] heeft de schade begroot op € 10.022,54 + p.m. en hiervan bij brief van 28 juni 2002 mededeling gedaan aan de gemachtigde van Smit. De schade omvat reiskosten naar artsen enz., één dag ziekenhuisopname, kosten psychotherapie, verlies van verdienvermogen (overwerk en karweien), eventuele toekomstschade en smartengeld. De brief bevat verder de volgende passage:

  “De schade is zelfs zonder het smartengeld behoorlijk. Ik verzoek u daarom vriendelijk maar dringend om een voorschot op de schadeposten van € 10.000,-. Voor een beperking van de schadevergoeding kunt u nauwelijks een beroep doen op verrekening van de ongevallenpolis De uitkering zal namelijk beperkt blijven omdat vingerletsel geen hoge percentages blijvende invaliditeit geven.”

1.9.  [de heer X] heeft op 12 september 2002 een brief van de volgende inhoud aan [handelsnaam] (een der handelsnamen van Witlox B.V.) gezonden:

“Bijgaand doe ik u het totale dossier toekomen dat ik heb aangelegd vanaf het moment van het ongeval d.d. 5 oktober 1999.

N.a.v. ons telefonisch contact op 5 september jl. wil ik nogmaals bevestigen dat ik gedurende de gehele afwikkeling van mijn letselschade nog niet het gevoel gehad heb dat mijn letselschadezaak serieus genomen werd. Nu zou het kunnen zijn dat dit de normale gang van zaken is wanneer men zo'n zaak behandelt. Hierbij doel ik dan voornamelijk op de terugkoppeling van informatie en de te lange periodes die tussen de verschillende uitwisselingen van informatie zitten. Zoals u kunt opmaken uit het dossier heb ik zelf de nodige voorstellen en uitgewerkte informatie verschaft aan de Rechtsbijstand, hoewel ik van mening ben dat dit meer een taak van de Rechtsbijstand zou moeten zijn.

In eerste instantie zou ik graag ik uw mening (als second opinion) over deze zaak vernemen. Daarna zal ik voor mezelf moeten afwegen of het zin heeft om van advocaat te wisselen.

Mocht u vragen hebben, dan kunt u mij telefonisch bereiken op nummer [nummers]

1.10.  Witlox B.V. deelt bij brief van 9 januari 2003 aan de gemachtigde van Smit mee dat zij de zaak heeft overgenomen van [Rechtsbijstandverzekeraar Y].

1.11.  De gemachtigde van Smit schrijft op 13 juni 2003 naar aanleiding hiervan aan Witlox B.V. onder meer:

  “Overigens behoudt mijn cliënte zich het recht voor om de kosten wegens het inschakelen van u als belangenbehartiger niet of niet geheel te voldoen, omdat er geen enkele reden was - naar rationele maatstaven - om van belangenbehartiger te wisselen, zodat er zeer kritisch naar uw kostenopgave zal worden gekeken aan deze zijde als er al sprake zou zijn dat er een redelijke grond zou zijn - hetgeen deze zijde betwist - om u in te schakelen.”

1.12.  Witlox B.V. deelt bij brief van 12 oktober 2005 aan de gemachtigde van Smit mee, voor zover hier van belang:

  “In opgemelde kwestie doe ik u een eindregelingsvoorstel. Daarbij verwijs ik u naar het expertiserapport en het commentaar daarop van mijn medisch adviseur d.d. 4 maart 2005 en bijgaande reactie van cliënt d.d. 24 maart 2005.
De materiële schade sluit daarmee op een bedrag van 3.149,40 euro. Inclusief wettelijke rente daarover én extra porti- en telefoonkosten stel ik voor dit bedrag af te ronden op 3.500,00 euro.
De immateriële schade wordt dezerzijds gewaardeerd op 5.000,00 euro, inclusief wettelijke rente. Ik heb daarbij enigszins aansluiting gezocht bij uitspraken in de bundel Smartengeld, te weten de nummers 135 e.v. Daarmee sluit de totale schade op een bedrag van 8.500,00 euro, waarvan is bevoorschot 1.500,00 euro. Ik verzoek u derhalve een vaststellingsovereenkomst te willen opmaken voor een slotbetaling van 7.000,00 euro.
Buiten deze regeling vallen de buitengerechtelijke kosten. Omdat u daarvoor niets wenst te vergoeden, hetgeen als onredelijk en onhoudbaar moet worden beschouwd, zal daarover een afzonderlijke procedure moeten worden gevoerd bij de Kantonrechter. Voor alle duidelijkheid gaat het hierbij om een openstaande post van 8.539,93 euro, inclusief het nog niet gedeclareerde onderhanden werk t/m 6 oktober 2005 ten bedrage van 1.980,11 euro.”

1.13.  Een e-mailbericht van Smit aan haar gemachtigde van 10 november 2005 bevat onder meer de volgende passages:

  “Aan de [de heer X] is op 07 mei 2005 door [naam] een brief gestuurd met de info dat er op zijn bankrekening een bedrag als schade afrekening wordt overgemaakt van Euro 7.119,67. Daarnaast hebben wij begin november 2004 aan de [de heer X] een bedrag van Euro 1.500,00 betaald.
……

Uit de brief van Witlox maak ik op dat hij wil dat er nog Euro 7.000,00 als slotbetaling betaald moet worden. Gezien het vorenstaande is er aan [de heer X] 8,619,67 betaald.
(…)

De heer Witlox begroot verder zijn kosten op Euro 8.539,93 en is eerst vanaf januari 2003 bij deze zaak betrokken, terwijl wij aan [naam] Advocaten vanaf de start van deze zaak (05 juli 2000) Euro 3.824,63 hebben betaald.
Ik blijf erbij dat ik aan hem niets ga betalen.”

1.14.  Witlox B.V. en [de heer X] hebben op 15 maart 2006 een akte van cessie opgemaakt, waarvan de tekst luidt:

  “DE ONDERGETEKENDEN:

de heer [de heer X], wonende te [woonplaats], aan de [straat en huisnummer], en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WITLOX JURISTEN SINDS 1915 B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch en kantoorhoudende te [woonplaats], te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar directeur mr R.J.J.M. Witlox B.V., wonende te [woonplaats],

NEMEN IN AANMERKING:

dat [de heer X], in zijn hoedanigheid van werknemer van Smit Transformatoren B.V. te Nijmegen, op of omstreeks 5 oktober 1999, het slachtoffer is geworden van een bedrijfsongeval, waarvoor door of namens laatstgenoemde aansprakelijkheid is erkend;

dat [de heer X], teneinde zijn schade te verhalen, de hulp heeft ingeroepen van eiseres, aan wie mr R.J.J.M. Witlox als letselschadespecialist verbonden is;

dat deze laatste, op de voet van art. 6:96 lid 2 sub b en c BW, Smit Transformatoren B.V. heeft belast door middel van het navolgende op naam van [de heer X] gestelde vijftal declaraties:

-  nr 2073 d.d. 7   juli 2003 ten bedrage van 1.967,78 euro
-  nr 2325 d.d. 31 december 2003 ten bedrage van 1.914,00 euro
-   nr 2867 d.d. 31 december 2004 ten bedrage van 2.677,84 euro
-  nr 3416 d.d. 31 december 2005 ten bedrage van 2.030,57 euro
-  nr 3509 d.d. 3 februari 2006 ten bedrage van 2.564,35 euro
In totaal: 11.154,54 euro

dat Smit Transformatoren B.V. om haar moverende redenen, ondanks diverse rappellen, terzake niets aan buitengerechtelijke kosten wenst te betalen;

dat Witlox Juristen geen rechtstreeks vorderingsrecht op Smit Transformatoren B.V. heeft;

dat [de heer X] begrijpelijkerwijs niet graag tegen zijn werkgever procedeert en om die reden bedoelde vordering van 11.154,54 euro hierbij overdraagt aan Witlox Juristen, welke cessie Witlox Juristen hij deze aanvaardt, met dien verstande dat hiervan nog mededeling dient te worden gedaan aan Smit Transformatoren B.V.

ALDUS OVEREENGEKOMEN EN IN TWEEVOUD ONDERTEKEND”

2.  De vordering en het verweer

2.1.  Witlox B.V. heeft aanvankelijk gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Smit zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen € 8.590,19, te verhogen met de wettelijke rente daarover vanaf de verschillende data der facturen tot aan de algehele voldoening, althans vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van Smit in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van Witlox B.V. Later heeft zij bij akte het gevorderde bedrag met € 2.064,25 verminderd.

2.2.  De vordering is gegrond op de volgende stellingen. [de heer X] heeft zijn vordering tot vergoeding van schade als gevolg van het arbeidsongeval, althans voor zover deze vordering de door Witlox B.V. gefactureerde kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en ter verkrijging van voldoening buiten rechte betreft, aan Witlox B.V. gecedeerd. Smit, die aansprakelijk is voor de schade van [de heer X], heeft tot dusverre geweigerd deze kosten te vergoeden.

2.3.  Smit voert gemotiveerd verweer. Het verweer zal voor zover nodig hierna worden besproken.

3.  De beoordeling

3.1  De bevoegdheid van de kantonrechter om deze zaak te behandelen en te beslissen, vloeit voort uit het bepaalde in artikel 93 aanhef en onder c Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, welke bepaling naar vaste jurisprudentie ruim moet worden uitgelegd.

3.2.  De kantonrechter stelt voorop dat overgang van een vordering de verweermiddelen van de schuldenaar onverlet laat (artikel 6:145 BW).

3.3.  Het meest ver strekkende verweer van Smit houdt in dat Witlox B.V., blijkens vermeldingen op haar internetpagina, op basis van no cure no pay werkt en alleen als de zaak tot een schade-uitkering leidt, een bedrag van 15% à 25% daarvan vraagt als vergoeding voor haar diensten. Witlox B.V. heeft de letselschade en de gevolgschade tezamen begroot op € 8.500,-. Hiervan uitgaande kan de aanspraak van Witlox B.V. jegens [de heer X] niet groter zijn dan het gefactureerde bedrag van € 2.564,35, zodat de gepretendeerde vordering van Witlox voor het meerdere niet bestaat.

3.4.  Dit verweer, dat Smit ook tegen Witlox kan opwerpen (zie hiervoor onder 3.2), treft doel. Uit de eigen stellingen van Witlox B.V. volgt, dat zij geen eigen vorderingsrecht tegen Smit heeft, maar alleen een vorderingsrecht voor zover dat voortvloeit uit de cessie van de schadevordering door [de heer X] aan Witlox B.V. Hiermee is de vraag naar de grootte van de overgedragen vordering aan de orde.

3.5.  Witlox B.V. heeft niet weersproken dat zij blijkens haar eigen publicatie 15% à 25% van het geïncasseerde schadebedrag aan haar cliënten in rekening pleegt te brengen, dat zij dienovereenkomstig aan [de heer X] een bedrag van € 2.564,35 voor buitengerechtelijke kosten heeft gefactureerd, dat [de heer X] deze factuur heeft voldaan (onder verrekening van een - hier verder niet relevante - vordering uit overeenkomst ad € 500,-) en dat zij hem deswege finale kwijting heeft verleend. Hieruit volgt dat, voor zover Witlox B.V. meer kosten heeft gemaakt dan dit bedrag, die kosten geen deel uitmaken van de door [de heer X] geleden schade, zodat het bedrag van de overgedragen vordering nihil is.

3.6.  Dit wordt niet anders doordat [de heer X] eerst geruime tijd nadat de cessieakte was opgemaakt, de factuur van Witlox B.V. betaald heeft. Indien Witlox B.V. bedoeld heeft te stellen dat de vordering op [de heer X] ten tijde van de cessie een groter bedrag beliep dan dat wat zij hem heeft gefactureerd, kan die stelling haar niet baten. Zulks zou immers betekenen dat [de heer X] haar meer verschuldigd is dan 15% à 25% van de schade-uitkering. Op welke grond dat het geval zou zijn heeft zij niet gesteld, terwijl in het dossier ook overigens niet blijkt van feiten of omstandigheden die daarop zouden kunnen wijzen.

3.7.  De vordering van Witlox B.V. strandt reeds hierop; de overige weren behoeven geen bespreking.

3.8.  De afwijzing van de vordering brengt mee dat Witlox B.V. als de in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de kosten van het geding. De aan de zijde van Smit gevallen kosten worden begroot op nihil voor verschotten en € 500,- voor salaris gemachtigde.


BESLISSING

De kantonrechter

-  wijst de vordering af;

-  veroordeelt Witlox B.V. in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Smit begroot op € 500,- voor salaris gemachtigde;

-  verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2007.