www.victorycs.nl


  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size

Waterschap Zeeuwse Eilanden / Royal Ned                        HR 26-09-2003

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders (wegbeheerders) 6:162

Zware vrachtwagen gekanteld op een stuk weg die niet geschikt was voor zwaar transport. Ten tijde van het ongeval waren er geen waarschuwingsborden en was de weg open voor alle verkeer. Waterschap schadeplichtig met name vanwege het ontbreken van de waarschuwing. Wanneer de omstandigheden meebrengen dat het kenbaar moest zijn voor iedere bestuurder dat de weg hoogstwaarschijnlijk ongeschikt was voor zwaar transport zou het oordeel anders zijn.


 St. Willibrord / V                                                                    HR 2 maart 2001

Bij overtreding van een verkeers- of veiligheidsnorm wordt vermoed dat de schade veroorzaakt is door die schending. Het vereiste causaal verband is dan in beginsel gegeven. Omkering bewijslast.

 


Van Tongeren / Van Tol                                                        HR 29-12-1995

Onrechtmatige daad en toerekening obv schuld 6:162

Van Tongeren slaat zonder richting aan te geven in een keer rechtsaf op de fiets. De fietser achter haar raakt haar achterwiel en breekt haar heup. Van Tongeren had zich eerst ervan moeten vergewissen dat ze de plotselinge manoeuvre kon maken zonder medeverkeersdeelnemers in gevaar te brengen (van tevoren duidelijk richting aangeven en voorsorteren). Nu ze dit niet had gedaan heeft zij schuld aan het ongeval en is ze ex 6:162 aansprakelijk voor de schade.


Sikes / Anja Kellenaers                                                        24-12-1993

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Niet de 100 %-regel maar de 50 %-regel geldt ook voor kind van 14 jaar en 8 maanden die zich qua ontwikkeling niet wezenlijk onderscheid van kinderen van beneden de 14 jaar. Dit feit kan echter wel een rol spelen bij de billijkheidscorrectie voor de bepaling van die andere 50 %.


IZA / Vrerink                                                                         HR 28-02-1992

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Dit arrest gaat over de 50 % regel en het feit dat de 100 % regel die geldt ten aanzien van ongevallen bij kinderen beneden de 14 jaar niet analoog wordt toegepast op bejaarden (overstekende bejaarde). “Wanneer de eigenaar van het motorrijtuig in beginsel aansprakelijk is omdat er geen sprake is van overmacht, doch er wel een fout van een fietser of voetganger is, zonder dat eventueel sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid, eist de billijkheid dat t.a.v. de verdeling van deze schade over de betrokkenen ten minste 50 % van ten laste van het motorijtuig wordt gebracht wegens de verwezenlijking van het daaraan verbonden gevaar. Dit betekent aansprakelijkheid voor minimaal 50 % van de schade. Voor de overige 50 % moet worden gekeken in hoeverre de gedragingen van het slachtoffer  aan de schade hebben bijgedragen.

In dit arrest komt ook een overweging aan de orde voor een betalende derde (regresnemer). Het komt erop neer dat dan de 50% c.q 100% regel niet van toepassing is maar dat puur op basis van 6:101 gekeken wordt naar de schuldverdeling. Dat betekent kijken naar toerekening van fouten en daarna de billijkheidstoets.


ABP / Winterthur                                                                  HR 22-05-1992

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht?) 185 WVW

Voetganger loopt op een fietspad rechtdoor. Nadat een bromfietser heel dicht is genaderd maakt zij een onverwachte beweging naar links waarop de bromfietser haar aanrijdt en zij dientengevolge overlijdt. Uitkeringsinstelling ABP probeert ogv artikel 185 (toen 31) WVW de schade te verhalen op de verzekeraar van de bromfietser. Bromfiets was opgevoerd etc. Bromfietser beroept zich op overmacht.

HR: Het beroep van de eigenaar op overmacht gaat slechts op als hij aannemelijk maakt dat aan de bestuurder van het motorrijtuig ter zake van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt (strenge eis). Fouten van andere weggebruikers zijn hiervoor enkel van belang indien zij voor de bestuurder van het motorrijtuig zo onwaarschijnlijk waren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Wanneer het slachtoffer tegenover een beroep op overmacht gemotiveerd stelt dat er een gebrek kleefde aan het voertuig dan wel dat het voertuig te hard gereden heeft dient de eigenaar van het voertuig aannemelijk te maken hetzij dat er geen gebreken waren of te snel is gereden hetzij dat de aanrijding ook zou hebben plaatsgevonden indien dit wel het geval was. Dit laatste was door het hof niet in haar arrest behandeld (verwijzing). De HR zegt wel dat een bromfietser die een op een fietspad vooruitlopende voetganger passeert in zijn algemeenheid redelijkerwijs geen rekening behoeft te houden met een plotseling naar links begevende voetganger en geeft hiermee aan dat de bromfietser zich in casu in beginsel op overmacht kan beroepen.


Bussluis (Diemen / Reptax)                                                 HR 20-03-1992

Wegbeheerder aansprakelijkheid en eigen schuld 6:174 / 6:101

Gemeente Diemen had een zogenaamde bussluis gemaakt door een gat in de weg te maken waar bussen met hun brede wielbasis wel overheen konden rijden maar personenauto’s niet. De gemeente had een bord neergezet ter waarschuwing van deze situatie. Een taxibedrijf Rep-tax liep schade op door deze bussluis.

De HR oordeelde dat er inderdaad een gevaarscheppende situatie was geschapen waarvoor in feite niet voldoende is gewaarschuwd (het bord is niet afdoende) door de gemeente die aan haar kan worden toegerekend. Echter, het feit dat de taxirijder een verkeersovertreding heeft begaan (negeren van bord) levert op dat een beroep op eigen schuld slaagt.

Algemeen over aansprakelijkheid wegbeheerders: De wegbeheerder dient ervoor te zorgen dat de weg op zodanige wijze wordt ingericht en onderhouden dat hij geen gevaar oplevert voor weggebruikers. Tegen bestaande gevaren dient hij adequaat te waarschuwen. De wegbeheerder moet er rekening mee houden dat niet alle verkeersdeelnemers steeds de nodige voorzichtigheid in acht nemen.


De Backer / Marbeth van Uitregt                                         HR 31-05-1991

Aansprakelijkheid gemotoriseerde voertuigen (overmacht bij aanrijding jong kind?) 185 WVW

Kind (10) rijdt per fiets zonder te kijken de weg op en begaat hiermee een ernstige verkeersovertreding. Een automobilist die 65 reed op een 80 km-weg en het kind met geen mogelijkheid had kunnen zien rijdt het kind aan.

Voor een succesvol beroep op overmacht ten aanzien van een ongeval bij kinderen beneden de 14 jaar is nodig dat het kind opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid is te wijten (i.c. niet het geval). Het gaat er dus niet om of de bestuurder rechtens een verwijt kan worden gemaakt, maar om risicoaansprakelijkheid die enkel wordt weggenomen wanneer sprake is van opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind. 


Ingrid Kolkman                                                                     HR 01-06-1990

Eigen schuld (6:101) van een voetganger/fietser onder 14 jaar vermindert de schadevergoedingsplicht van de automobilist uitsluitend in geval opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid van het kind.


Breuer / Gutman                                                                   HR 5-10-1979

Schuld dubbelzinnige betekenis 6:162 lid 3

Vrachtwagen slaat linksaf terwijl zicht door mist maar 75 meter is. Volgens art 19 RVV moet de bestuurder zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden en volgens art 18 RVV is de bestuurder die linksaf slaat verplicht het tegemoetkomende verkeer niet te hinderen. De HR oordeelde dat de vrachtwagenbestuurder geen schuld trof omdat de 75 meter zicht met zich mee bracht dat tegemoetkomend verkeer voldoende tijd had om tijdig te stoppen of andere maatregelen te nemen ter voorkoming van een ongeluk.