/**/

wwwvictorycsnl

You are here: Bedrijf en visie arrow Jurisprudentie letselschade arrow Arresten onrechtmatige daad
  • Narrow screen resolution
  • Wide screen resolution
  • Decrease font size
  • Default font size
  • Increase font size
Arresten onrechtmatige daad
Jurisprudentie letselschade

Zeilongeval                                                                            HR 23-02-2007

Relativiteitseis 6:162 / 6:163

De Groot eist schadevergoeding van een studentenvereniging die een zeilweekend had georganiseerd. De schade was veroorzaakt door het ontploffen van een gasfles op een motorboot waardoor brand ontstond. De vereniging wordt gebrek aan toezicht verweten. De Groot zat zelf in de commissie en was mede-organisator van het zeilweekend en had zelf ook onvoldoende toezicht uitgeoefend. De geschonden norm kan niet leiden tot bescherming van de Groot nu hij zelf zich ook niet conform die norm heeft gedragen.


Jetblast                                                                                  HR 28-05-2004

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders 6:162

Vanachter een afscheiding kijkt een vrouw naar een vertrekkend vliegtuig. Bij het vertrek ontstaat een jetblast waardoor de vrouw tegen de rotsen wordt aangeblazen. Het vliegveld had een bordje geplaatst met een waarschuwing voor jetblasts. Rechtsvraag: is dit i.c. afdoende om aan aansprakelijkheid te ontkomen.

Een waarschuwingsbordje is enkel afdoende wanneer te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden. i.c. niet het geval.


Turbo Polyp                                                                           RB 10-09-2003

Gevaarzetting 6:162

Meisje vliegt uit een ronddraaiende kermisattractie. De exploitant had een betere beveiliging moeten treffen ten aanzien van de veiligheidsbeugel 


Trombose (medisch protocol Leeuwarden)                         HR 2-3-2001

Aansprakelijkheid beroepsbeoefenaar / omkering bewijslast 6:162

Na knieoperatie geen stollingsmiddel toegediend wat volgens protocollen verplicht was.

Nu geen reden was gegeven waarom er van het protocol is afgeweken staat onrechtmatigheid in beginsel vast. De patiënt mag er aanspraak op maken dat het protocol wordt nageleefd tenzij er goede redenen zijn om daarvan af te wijken. “Vergeten” is geen goede reden. Hierdoor kunnen alle overige grieven (zoals meningsverschil over de effectiviteit van de antistollingsbehandeling) buiten beschouwing blijven.


Veenbroei (Staat / Daalder)                                                HR 27-05-1988

Bijzondere zorgplicht voor terreinbeheerders 6:162

Het 5 jarige zoontje van Daalder betrad schorren waar zich Veenbroei bevond. Door hier met een voet in te gaan staan liep hij verbranding op en eiste Vader Daalder met succes schadevergoeding ogv onrechtmatige daad van de Staat.

Wie de zorg voor een voor het publiek toegankelijk terrein heeft, heeft een waarschuwingsplicht tegenover het publiek, indien zich op het terrein een niet waarneembaar en voor het publiek onbekend gevaar voordoet dat de zorgdrager kent.

Vermeulen / Lekkerkerker                                                   HR 10-03-1972

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een scheepswerf dempte een plas met stadsvuilnis. Dit trok veel vogels aan die in de nabijgelegen boomgaard van Lekkerkerker veel schade aanrichtten. Het hof beoordeelde dit als onrechtmatig, ook al had Vermeulen een vergunning. In beginsel handel je niet onrechtmatig wanneer je je aan je vergunning houdt waarin die belangen zijn afgewogen of afgewogen hadden behoren te zijn maar dit hoeft niet altijd.


Bijenspat (Luykx – Bastiaansen)                                         HR 18-09-1998

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een bijenhouder veroorzaakt overlast doordat zijn bijen hun ontlasting op de kassen van de klager doen. Dit kost arbeidsintensief schoonmaken en anders een bepaald lichtverlies waardoor productie afneemt.

Of een bepaalde hinder als onrechtmatige daad moet worden aangemerkt hangt af van

De aard van de hinder,

de ernst van de hinder,

de duur van de hinder,

of er voldoende maatregelen genomen zijn om de hinder te beperken

en de door de hinder veroorzaakte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval.

Ook het gegeven wie er het eerst was is van belang.

Een en ander vloeit voort uit het arrest Aalscholvers


Dorpshuis Kamerik                                                                HR 8-1-1982

Strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamd 6:162

Werkster zet in overleg met de beheerder een emmer met onbekende vloeistof in een doos met daarover een zak bij de vuilnis. De vuilnisman krijgt de vloeistof in zijn oog met als gevolg blindheid. Een en ander wordt als onzorgvuldig beschouwd door de HR.


Vermeulen / Lekkerkerker                                                   HR 10-03-1972

Hinder onrechtmatige daad 6:162

Een scheepswerf dempte een plas met stadsvuilnis. Dit trok veel vogels aan die in de nabijgelegen boomgaard van Lekkerkerker veel schade aanrichtten. Het hof beoordeelde dit als onrechtmatig, ook al had Vermeulen een vergunning. In beginsel handel je niet onrechtmatig wanneer je je aan je vergunning houdt waarin die belangen zijn afgewogen of afgewogen hadden behoren te zijn maar dit hoeft niet altijd


Kelderluik                                                                              HR 5-11-1965

Gevaarzetting: De in acht te nemen zorgplicht is afhankelijk van (kelderluikfactoren) 6:162

1.               Aard en omvang van de gevreesde schade

2.               De waarschijnlijkheid dat deze schade zich als gevolg van bepaalde gedrag zal voordoen

3.               De aard van de gedraging

4.               De bezwaarlijkheid voor het nemen van (voorzorgs)maatregelen in termen van kosten, tijd en moeite


Boogaard / Vesta                                                                  HR 9-12-1955

Samenloop wanprestatie en Onrechtmatige daad 6:74 6:162

Indien de gedraging onafhankelijk van de schending van de uit de overeenkomst voorvloeiende verbintenis een onrechtmatige daad oplevert (bijvoorbeeld zaaksbeschadiging) kan op basis van beide rechtsgrondslagen schadevergoeding worden gevorderd.


Lindenbaum / Cohen                                                            HR 31-01-1919

Verruiming onrechtmatigheidscriteria 6:162

Bedrijfsspionage: het hof toetst enkel aan de eerste twee criteria. De HR gaat verder. Door dit arrest is het derde criteria ontstaan: “in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt”